Strings
Strings zijn stukken tekst. In Python kun je heel veel met strings doen.
Strings maken
tekst1 = "Hallo met dubbele aanhalingstekens"
tekst2 = 'Hallo met enkele aanhalingstekens'
tekst3 = """Dit is een
tekst over
meerdere regels"""
print(tekst1)
print(tekst2)
print(tekst3)
Strings samenvoegen
Je kunt strings combineren met +:
voornaam = "Jan"
achternaam = "de Vries"
volledige_naam = voornaam + " " + achternaam
print(volledige_naam)
f-strings
De makkelijkste manier om variabelen in tekst te zetten:
naam = "Lisa"
leeftijd = 15
print(f"Hallo, ik ben {naam} en ik ben {leeftijd} jaar oud.")
print(f"Volgend jaar ben ik {leeftijd + 1}.")
String methoden
Strings hebben handige ingebouwde functies:
tekst = "Hallo Wereld"
print(tekst.upper()) # HALLO WERELD
print(tekst.lower()) # hallo wereld
print(tekst.replace("Wereld", "Python")) # Hallo Python
print(len(tekst)) # 12 (lengte)
print(tekst.count("l")) # 3 (aantal keer 'l')
print(tekst.startswith("Hallo")) # True
Oefening 1
Maak een variabele met je volledige naam en print:
- Je naam in hoofdletters
- Je naam in kleine letters
- Het aantal letters in je naam
naam = ... print(...) print(...) print(...)
💡 Tip
Gebruik .upper() voor hoofdletters, .lower() voor kleine letters, en len() voor de lengte.
✅ Oplossing
naam = "Jan de Vries"
print(naam.upper())
print(naam.lower())
print(len(naam))
Oefening 2
Gebruik een f-string om de volgende tabel te printen. De waarden moeten uit variabelen komen.
Product: Appel
Prijs: €1.50
Aantal: 3
Totaal: €4.50
product = "Appel" prijs = 1.50 aantal = 3 # Gebruik f-strings print(...) print(...) print(...) print(...)
💡 Tip
In een f-string kun je berekeningen doen: f"Totaal: €{prijs * aantal}". Je kunt ook :.2f gebruiken voor twee decimalen: f"€{waarde:.2f}".
✅ Oplossing
product = "Appel"
prijs = 1.50
aantal = 3
print(f"Product: {product}")
print(f"Prijs: €{prijs:.2f}")
print(f"Aantal: {aantal}")
print(f"Totaal: €{prijs * aantal:.2f}")