Skip to main content

Print en Output

De print() functie is het eerste wat je leert in Python. Hiermee kun je tekst en waarden op het scherm tonen.

Tekst printen

Om tekst te printen, zet je de tekst tussen aanhalingstekens:

print("Hallo, wereld!")
print('Dit werkt ook met enkele aanhalingstekens')

Meerdere waarden printen

Je kunt meerdere waarden printen door ze te scheiden met een komma:

print("Mijn naam is", "Python")
print("1 + 1 =", 2)

Speciale tekens

Met \n maak je een nieuwe regel, en met \t een tab:

print("Regel 1\nRegel 2\nRegel 3")
print("Naam:\tPython")

Oefening 1

Schrijf een programma dat het volgende op het scherm toont:

Welkom bij Python!
Mijn naam is [jouw naam]
Ik ben [jouw leeftijd] jaar oud
# Schrijf hier je code
print(...)
print(...)
print(...)
💡 Tip

Gebruik drie aparte print() regels. Vergeet de aanhalingstekens niet rond je tekst!

✅ Oplossing
print("Welkom bij Python!")
print("Mijn naam is Lisa")
print("Ik ben 15 jaar oud")

Oefening 2

Gebruik één print() regel om het volgende te tonen (gebruik \n):

Python
is
geweldig
# Schrijf hier je code met één print()
print(...)
💡 Tip

Gebruik \n om een nieuwe regel te maken binnen één string: "tekst1\ntekst2".

✅ Oplossing
print("Python\nis\ngeweldig")