Ga naar hoofdinhoud

2 Jij als variabele

In de vorige les heb je tekst getoond met print(). In je visitekaartje stond je naam steeds opnieuw in de tekst — als je iets wil aanpassen, moet je elke regel langs. Dat kan makkelijker met een variabele: je geeft een waarde een naam en gebruikt die overal.

Een waarde een naam geven

Een variabele maak je met een =-teken. Links de naam, rechts de waarde:

naam = "Alex Jansen"

print(naam)
print(naam)

Uitvoer:

Alex Jansen
Alex Jansen
  • naam is de naam van de variabele.
  • "Alex Jansen" is de waarde.
  • print(naam) toont de waarde — niet het woord "naam".

Verander je later naam = "Sara", dan veranderen beide regels mee. Dat is de kracht van variabelen: één plek aanpassen, overal effect.

Tekst of getal?

Tekst (een string) krijgt aanhalingstekens. Getallen (een integer) niet:

naam = "Alex"
leeftijd = 15

print(type(naam)) # <class 'str'>
print(type(leeftijd)) # <class 'int'>

type() vertelt je welk soort waarde een variabele bevat. Onthoud: tekst met aanhalingstekens, getallen zonder.

Variabelen veranderen

Je kunt op elk moment een nieuwe waarde in een variabele zetten:

score = 0
print(score) # 0

score = 10
print(score) # 10

De variabele onthoudt alleen de laatst toegewezen waarde.


Opdracht 2.1: Favoriete kleur

Maak een variabele kleur met je favoriete kleur, en print die twee keer.

# Schrijf hier je code
Klik hier voor een tip.

kleur = "blauw" — daarna twee keer print(kleur).

Klik hier voor de oplossing.
kleur = "blauw"

print(kleur)
print(kleur)
kleur = "blauw"

print(kleur)
print(kleur)

Opdracht 2.2: Visitekaartje met variabelen

Maak een visitekaartje waarbij je gegevens in vier variabelen staan: naam, leeftijd, school, hobby. Print ze daarna onder elkaar.

Verwachte uitvoer:

Alex Jansen
15
Python College
Muziek maken
# Schrijf hier je code
Klik hier voor een tip.

Vier variabelen, vier print()-regels. Tekst krijgt aanhalingstekens, het getal niet.

Klik hier voor de oplossing.
naam = "Alex Jansen"
leeftijd = 15
school = "Python College"
hobby = "Muziek maken"

print(naam)
print(leeftijd)
print(school)
print(hobby)
naam = "Alex Jansen"
leeftijd = 15
school = "Python College"
hobby = "Muziek maken"

print(naam)
print(leeftijd)
print(school)
print(hobby)

Opdracht 2.3: Visitekaartje met labels

Maak het visitekaartje uit opdracht 2.2 af met een titel, labels en een afsluitzin. Combineer tekst en variabele met een komma binnen print() — Python zet er automatisch een spatie tussen.

Verwachte uitvoer:

=== Mijn Visitekaartje ===
Naam: Alex Jansen
Leeftijd: 15
School: Python College
Hobby: Muziek maken
Tot ziens!
# Schrijf hier je code
Klik hier voor een tip.

print("Naam:", naam) print eerst de tekst Naam: en daarna de waarde van naam, met een spatie ertussen.

Klik hier voor de oplossing.
naam = "Alex Jansen"
leeftijd = 15
school = "Python College"
hobby = "Muziek maken"

print("=== Mijn Visitekaartje ===")
print("Naam:", naam)
print("Leeftijd:", leeftijd)
print("School:", school)
print("Hobby:", hobby)
print("Tot ziens!")

In de volgende les laten we Python voor je rekenen, en daarna leer je f-strings waarmee deze uitvoer nog netter wordt.

naam = "Alex Jansen"
leeftijd = 15
school = "Python College"
hobby = "Muziek maken"

print("=== Mijn Visitekaartje ===")
print("Naam:", naam)
print("Leeftijd:", leeftijd)
print("School:", school)
print("Hobby:", hobby)
print("Tot ziens!")