10a Lijsten
Een variabele houdt één waarde vast. Maar wat als je tien waardes wilt opslaan — bijvoorbeeld een boodschappenlijstje, een klassenlijst of een rij cijfers? Daarvoor heb je een lijst (Engels: list).
Een lijst maken
Zet de elementen tussen blokhaken, gescheiden door komma's:
kleuren = ["rood", "groen", "blauw"]
print(kleuren) # ['rood', 'groen', 'blauw']
print(len(kleuren)) # 3
len() geeft het aantal elementen in de lijst.
Een element opzoeken
Elk element heeft een positie (index). Python begint met tellen vanaf 0:
kleuren = ["rood", "groen", "blauw"]
print(kleuren[0]) # rood (eerste)
print(kleuren[1]) # groen (tweede)
print(kleuren[2]) # blauw (derde)
print(kleuren[-1]) # blauw (laatste — handige truc)
-1 is altijd het laatste element, -2 het voorlaatste, enzovoort. Vraag je een index op die niet bestaat (bijvoorbeeld kleuren[3] op een lijst van 3 elementen), dan krijg je IndexError: list index out of range.
Door een lijst loopen
Met een for-loop pak je elk element automatisch:
kleuren = ["rood", "groen", "blauw"]
for kleur in kleuren:
print(kleur)
Uitvoer:
rood
groen
blauw
In elke ronde krijgt kleur automatisch de volgende waarde uit de lijst.
Opdracht 10a.1: Tweede element
Maak een lijst getallen met de waardes 10, 20 en 30, en print het tweede element.
# Schrijf hier je code
Klik hier voor een tip.
Het tweede element heeft index 1, niet 2 — Python begint bij 0.
Klik hier voor de oplossing.
getallen = [10, 20, 30]
print(getallen[1])
getallen = [10, 20, 30] print(getallen[1])
Opdracht 10a.2: Vruchten-lus
Maak een lijst van 4 vruchten en print voor elk een zin: Ik hou van [vrucht]!.
Verwachte uitvoer:
Ik hou van appel!
Ik hou van banaan!
Ik hou van kers!
Ik hou van mango!
# Schrijf hier je code
Klik hier voor een tip.
Loop met for vrucht in vruchten: en gebruik een f-string met {vrucht}.
Klik hier voor de oplossing.
vruchten = ["appel", "banaan", "kers", "mango"]
for vrucht in vruchten:
print(f"Ik hou van {vrucht}!")
vruchten = ["appel", "banaan", "kers", "mango"]
for vrucht in vruchten:
print(f"Ik hou van {vrucht}!")Opdracht 10a.3: Hoogste cijfer vinden
Gegeven een lijst cijfers, vind het hoogste cijfer zónder een ingebouwde functie te gebruiken. Loop door de lijst en vergelijk elk cijfer met de hoogste-tot-nu-toe.
Verwachte uitvoer (bij cijfers = [7, 4, 8, 5, 9, 3, 6]):
Het hoogste cijfer is: 9
# Schrijf hier je code
Klik hier voor een tip.
Begin met hoogste = cijfers[0]. In de loop: als cijfer > hoogste, sla dan cijfer op in hoogste.
Klik hier voor de oplossing.
cijfers = [7, 4, 8, 5, 9, 3, 6]
hoogste = cijfers[0]
for cijfer in cijfers:
if cijfer > hoogste:
hoogste = cijfer
print(f"Het hoogste cijfer is: {hoogste}")
In de volgende les leer je hoe je een lijst verandert — elementen toevoegen, verwijderen of invoegen.
cijfers = [7, 4, 8, 5, 9, 3, 6]
hoogste = cijfers[0]
for cijfer in cijfers:
if cijfer > hoogste:
hoogste = cijfer
print(f"Het hoogste cijfer is: {hoogste}")